skip to Main Content
+32475907900 info@wtczolder.be

Voor de oudjes van de club die een eigen rit uitdokteren om niet te moeten zeuren over te snel rijden en vooral met volle teugen te genieten van het fietsen in het Limburgse natuurschoon hun ervaringen.

Tijdens de maand maart en begin april was het voor hen in de vroege morgen nog te koud en verkozen ze meestal om warm in hun bedje door te brengen boven het halen van een druipneus bij het fietsen door de kou.

Maar op paasdag luidden de klokken en omdat de klokken alleen voor brave kinderen paaseitjes brengen hebben ze maar de fiets genomen voor een korte rit in de hoop dat ze bij hun thuiskomst toch nog zouden verrast worden met paaseitjes. Maar dat was ijdele hoop. Door het heerlijk lentezonnetje waren de eitjes allemaal gesmolten maar ze hadden met de rit via de Begijnenvijvers, het Koersels kapelletje en eindelijk nog eens een babbel onderweg toch genoten van de voormiddag.

Paasmaandag vergasten ze zichzelf op een rit langs gekende unieke plekjes in onze omgeving. Het kasteel Ter Dolen, Molenheide, het Sonnis, de befaamde plas van Kelchterhoef en haar Abijhoeve, verder naar Hengelhoef en haar kasteel Engelenhof, via de fietsroute door het natuurpark” De Teut” en net voor de thuiskomst de Laambroeken. Heerlijk. Al werden we er op attent gemaakt door passerende wandelaars wanneer we genietend van de zon, gezeten op een bank aan de PLas, pauzeerden en ons tegoed deden aan de waterige inhoud van ons drinkbusje, dat er een beetje verderop heerlijke trappist geserveerd werd. We hebben ons er maar vanaf gemaakt dat we dan achteraf te vaak moesten stoppen om te plassen en dat we op 11 juni onze schade wel zouden inhalen. 

Zondag 24 april waren we weer alle vijf: Herman, Andre, Jefke, Freddy en ikzelf. We genoten andermaal van de natuur via de platwijers, de bossen van Tiewinkel, de Vallei van de zwarte beek, het kanaal van Albert en het kasteel van Obbeek. Daar net voorbij aan het waterzuiveringsstation, de sterke oosterwind zat pal op onze neus, heb ik de mannen, om hen wat moed te geven, toegeroepen dat ze nog even op hun tanden moesten bijten, dat we bijna thuis waren. Als antwoord hoorde ik achter mij:” Dat zal moeilijk zijn want die heb ik deze morgen vergeten in de badkamer.”

Al bij al kwamen we weer voldaan thuis en stond er al een warm badje klaar.

Roger. 

Back To Top